Over ganzen in Nederland
De gans doet het goed in Nederland. Uit tellingen uitgevoerd door Sovon Vogelonderzoek Nederland is gebleken dat het aantal ganzen in Nederland in de afgelopen vijftig jaar sterk is gegroeid. Die toename komt voornamelijk omdat ganzen zijn gaan overwinteren in een ander gebied. Ze zijn verplaatst van natte natuurgebieden naar intensief beheerde landbouwgebieden, waar er in Nederland steeds meer van zijn gekomen door intensivering van de landbouw.
Agrarisch gebied is het grootste deel van de winter veel voedselrijker en voedzamer dan natuurgebieden. Bovendien zijn deze landbouwgronden vaak in de buurt van rustplaatsen op grotere wateren.
In de periode van oktober tot februari verblijven er in ons land nu ruim twee miljoen ganzen. De kolgans, brandgans en grauwe gans zijn het meest algemeen, maar in totaal leven er in Nederland 21 verschillende soorten ganzen, variërend van broedvogels, doortrekkers, zomer- en wintergasten en exoten.

Lees verder
‘Overlast’ van ganzen
Door de intensivering van de landbouw is het aantal ganzen in Nederland sterk toegenomen. Dit zorgt voor toenemende conflicten met de landbouwsector. De meest gehoorde klachten zijn dat door de ganzen de opbrengst van het land minder wordt en dat het gras voor vee onaantrekkelijk wordt door de vele uitwerpselen. Ook zou de vruchtbaarheid van de bodem achteruit kunnen gaan. De verminderde opbrengst van grassen en granen is aangetoond in tal van studies, maar de overige effecten niet.
Wel kunnen recreatieplassen- en gebieden ongeschikt raken door ganzenpoep op ligweides, stranden, zwemwater en steigers. Ook kan de vliegveiligheid in het geding komen, net als de kwaliteit van natuurgebieden.
In de regel kunnen ganzen in natuurgebieden dus slecht zijn voor water en de grond. Ganzen vernielen ook riet- en watervegetaties, zeker als ze massaal aanwezig zijn tijdens de ruiperiode. Dit kan dan weer ten koste gaan van broedende riet- en moerasvogels.
Maar het doden van ganzen als populatiebeheer en schadebestrijding heeft niet of nauwelijks geleid tot een kleinere populatie en al zeker niet tot minder uitgekeerde schadevergoedingen. Integendeel, het aantal ganzen neemt voor sommige soorten nog steeds toe. Ook het bedrag aan schadevergoedingen was in 2022 weer hoger dan voorgaande jaren.

Bescherming van ganzen in de wet
In de Omgevingswet staat dat beschermde vogels niet verstoord, gevangen en gedood mogen worden. De provincies zijn grotendeels verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet.
Naast bescherming van ganzensoorten onder de Omgevingswet zijn provincies volgens deze wet verplicht habitatmaatregelen te nemen, zodat er rust- en foerageergebieden zijn voor watervogels. Volgens de wet is het wegnemen of beschadigen van rustplaatsen voor vogels verboden.
In het kader van schadebestrijding kunnen provincies wel vrijstellingen en ontheffingen verlenen om ganzen te verjagen of af te schieten. Het gaat dan voornamelijk om de grauwe gans, de brandgans en de kolgans. Dit is toegestaan als er aan drie randvoorwaarden wordt voldaan:
- Er is geen andere bevredigende oplossing;
- De staat van instandhouding verslechtert niet. Dit betekent dat er een levensvatbare populatie moet overblijven;
- Het is nodig om onder andere ernstige schade te voorkomen (bijvoorbeeld aan gewassen of flora en fauna).
Trekroutes
Ganzen bewegen zich continu tussen hun overwinteringsgebieden in Midden- en West-Europa en de broedgebieden boven de poolcirkel. Elke soort heeft zijn favoriete broedgebied en migratieroute. De route van trekkende ganzen strekt zich uit over heel Noordwest-Europa en overal op die trekroute kunnen ganzen een probleem vormen.
Om die reden zijn in 2016 internationale afspraken gemaakt over de bescherming en het beheer van bepaalde ganzensoorten. Dit is vastgelegd in het AEWA-verdrag (African-Eurasian Migratory Waterbird Agreement). Door dit verdrag is het een wettelijke verplichting om trekkende ganzen naast een slaapplaats ook rust en ruimte te bieden.
Standpunt van de Dierenbescherming
Naast dat het doden van dieren niet diervriendelijk is, is afschieten en vergassen van ganzen ook niet effectief gebleken. Er zijn preventieve, niet-dodende maatregelen nodig om ganzenschade op de lange termijn te verminderen. Hiervoor is maatwerk en innovatie nodig.
De Dierenbescherming hanteert voor het doden van in het wild levende dieren een ‘Nee, tenzij-principe’. Ganzen moeten met rust gelaten worden en de natuur moet haar werk kunnen doen. Ingrijpen is pas gerechtvaardigd als het echt niet anders kan en er sprake is van onacceptabele overlast, zoals substantiële schade aan gewassen of verkeersonveiligheid.
De Dierenbescherming wil, samen met de overheid, agrariërs en natuurbeschermers, ervoor zorgen dat de schade veroorzaakt door ganzen beperkt blijft door naar preventieve, diervriendelijke en duurzame oplossingen te zoeken.

Afschot en vergassen geen oplossing!
In 2022 zijn meer dan 330.000 ganzen gedood om schade aan een gebied te beperken. In de zomerperiode worden voornamelijk grauwe ganzen geschoten (84 procent). Ondanks het massale doden van deze dieren door de jacht en het vergassen van gevangen ganzen nemen populaties niet of nauwelijks in aantallen af.
Doden blijkt dus geen effectief middel om populaties te beheren. Zolang er namelijk voldoende broed- en foerageergebieden beschikbaar zijn zullen leeggevallen plekken snel weer opgevuld worden met jonge dieren. Ook blijkt uit onderzoek dat het verminderen van het aantal ganzen niet per se leidt tot een evenredige beperking van de schade.
Daarnaast zijn ganzen moeilijk te bejagen. Een deel van de gebruikte hagel kan ganzen raken, die daardoor verwond worden, maar niet sterven. Dit wordt ‘crippling’ genoemd. Recent onderzoek toont aan dat veel ganzen in Nederland hagel in hun lijf hebben. Het onderzoek is uitgevoerd onder levend gevangen ganzen. Van de gevangen brandganzen bleek 17 procent aangeschoten te zijn en van de grauwe ganzen 22 procent. In deze studie zijn vogels 'aangeschoten' wanneer ze één of meerdere hagelkorrels in het lichaam hebben.
Aangeschoten ganzen sterven uiteindelijk een langzame en pijnlijke dood. Daarnaast zorgt afschot bij de overgebleven soortgenoten voor veel verstoring in hun sociale gedrag.
Ook zijn ruivangsten geen diervriendelijke oplossing. Hierbij worden ganzen gevangen in de periode dat ze hun slagpennen verliezen en daardoor tijdelijk niet kunnen vliegen. Het vangen of bijeen drijven gaat met veel stress gepaard. De ganzen worden vervolgens vergast, en verstikking is een langzame, vreselijke dood.

Wat wij doen
De Dierenbescherming erkent de schade die door ganzen aan natuur- en landbouwgebieden wordt aangericht, maar pleit voor het gebruik van innovatieve, niet-dodende maatregelen.
Een andere landinrichting, het inzetten van effectieve weermiddelen en het toepassen van nestbeheer zijn voorbeelden van duurzamere, diervriendelijkere alternatieven. Ook vraagt de Dierenbescherming aandacht voor crippling (het aanschieten van ganzen).
We geven voorlichting, nemen deel aan diverse werkgroepen, geven opdracht tot en werken mee aan (wetenschappelijke) onderzoeken en doen aan belangenbehartiging bij provincies, de Tweede Kamer, ministeries en terreinbeherende organisaties.


