
De dieren zijn er uiteindelijk geplaatst en dat betekent een verantwoordelijkheid voor hun gezondheid en welzijn. Zowel tijdens de ontwikkeling en vorming van de Oostvaardersplassen als nu zetten we ons in om de problematiek die zich nu voordoet te voorkomen en het welzijn van de dieren in dit gebied te verbeteren.
Al in 2006 schreven we een beleidsnotitie, waarin we uitleggen waarom alle grote grazers als gehouden moesten worden gezien. De argumenten hiervoor waren dat de dieren door de mens, en niet door de natuur, zijn geïntroduceerd in een omgeving waar ze niet aan zijn aangepast en leven in een omrasterd terrein waar migratiemogelijkheden en sociale processen beperkt zijn. Toch oordeelde de rechter in 2007 dat de dieren als wilde dieren moesten worden gezien.
Maatschappelijke onrust
In de winter van 2017-2018 ontstond veel maatschappelijke onrust rondom de sterfte door honger van de dieren in de Oostvaardersplassen. In maart 2018 heeft de Dierenbescherming zelf een quickscan in het gebied uitgevoerd en geconstateerd dat er in de uitvoering van het beheer een aantal zaken zijn misgegaan. Het afschotprotocol moest verbeterd worden. Daarnaast vroegen we provincie Flevoland en Staatsbosbeheer ook om andere maatregelen te nemen om het aantal dieren in het gebied te beperken, zoals anticonceptie. Het natuurgebied heeft nooit de kans gekregen zich goed te ontwikkelen. Zo is het, ondanks herhaaldelijke pleidooien, onder andere van de Dierenbescherming, niet verbonden met de Veluwe en ook binnen het gebied heeft men niet voldoende maatregelen genomen om begrazing goed te sturen.

In juli 2018 hebben de Provinciale Staten van Flevoland het advies van de Commissie Van Geel over de toekomst van de Oostvaardersplassen overgenomen. Het advies komt erop neer dat er ruimte moet worden gemaakt voor meer toerisme en dat veel grote grazers niet langer gewenst zijn in het gebied. Hierdoor moesten honderden gezonde edelherten afgeschoten worden, omdat ze niet langer in het gedroomde plaatje van de provincie pasten. Dit was voor ons onacceptabel en daarom heeft de Dierenbescherming bezwaar aangetekend. Dit hebben we helaas verloren.
Visie van de Dierenbescherming
De Dierenbescherming is nog steeds van mening dat de grote grazers nooit uitgezet hadden moeten worden in de Oostvaardersplassen. Nu ze er zijn vinden wij dat de ondertussen ‘verwilderde’ dieren een zo vrij en ongestoord mogelijk leven moeten kunnen leiden. Hierbij leggen we de nadruk op het voorkomen van de situatie in het verleden. We willen dat er een plan is waarbij het lijden en afschot van de dieren minimaal zijn. Het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen is volgens ons het beste gewaarborgd als ze beschouwd worden als gehouden dieren met verwilderd gedrag.
We pleiten ook nog steeds voor het inzetten van maatregelen om de aanwas te beperken, zoals anticonceptie, zodat er minder dieren geschoten, geslacht of verplaatst hoeven te worden. Ook kan gedacht worden aan het niet meer houden van alle drie de hoefdiersoorten in het gebied, zodat op basis van de voedselvoorziening geen grote hoeveelheden dieren worden geschoten om de balans weer te krijgen tussen het aantal dieren en de beschikbare hoeveelheid voedsel. De Dierenbescherming is geen voorstander van bijvoeren, omdat dit de natuurlijke balans verstoort. Met bijvoeren verdwijnt namelijk het natuurlijke selectieproces.
Eerder hebben wij gepleit voor een verbinding met het gebied Horsterwold. Inmiddels hebben wij onze visie hierop bijgesteld. We verwachten dat vrije verplaatsing door Flevoland niet zal gebeuren, en mocht dit wel ooit gebeuren er ook meer afschot plaats zal vinden ter voorkoming van schade aan bossen en landbouwgewassen.


