Beoordeling volgens wetgeving bij Voorjaarsmarkt Zuidlaren

Hieronder volgt een overzicht van op markten van toepassing zijnde regelgeving, zoals het Ministerie van Economische Zaken heeft aangegeven. Het betreft de Wet Dieren (WD), het Besluit houders van dieren (Bhvd) en de Transportverordening (Tv). Daarbij lees je per artikel hoe we de Voorjaarsmarkt Zuidlaren hierop beoordeeld hebben.

1. Art. 2.1 (WD) Dierenmishandeling: Het is verboden zonder redelijk doel of met overschrijding van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

Met name het dwingen tot snelle verplaatsing van het dier zorgt voor de overtreding van dit artikel. Helaas zijn er weer meerdere gevallen gezien van het optillen van shetlandpony's aan de staart. Ook werden regelmatig dieren meer dan vriendelijk aangetikt met de stok en zijn er diverse paarden onderuit gegaan bij het in- en uitladen.


2. Art 2.8 1^ lid onder a (WD) en art 2.16 derde en vierde lid (WD): Het is verboden lichamelijke ingrepen te verrichten en met dieren waarbij een verboden ingreep is uitgevoerd deel te nemen of toe te laten aan een tentoonstelling of keuring.

Er zijn geen paarden gezien met herkenbaar verboden ingrepen, zoals een gecoupeerde staart.

3. Artikel 1.3. eerste lid (Bhvd): Het is verboden om jezelf van een dier te ontdoen, een dier te schoppen of zodanig te slaan dat dit letsel ten gevolge heeft.

Zoals vermeld bij onderdeel 1 zijn er regelmatig onnodig harde tikken met de stok uitgedeeld. Er bleven dit jaar geen paarden achter op de markt.

4. Art 1.6 eerste lid (Bhvd): De bewegingsvrijheid van een dier wordt niet op zodanige wijze beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht.

Er zijn enkele tientallen gevallen geteld waarbij een paard door het korte aanbinden niet kon vluchten van de herhaaldelijke trappen van het naburige paard. In één geval werd een paard onder toeziend oog van de marktmeester en de dierenarts tot twaalf maal toe hard in de flank getrapt. Bij vooral de paarden van een kleiner formaat is regelmatig gezien dat zij zich vastdraaiden in het touw. Bij één shetlander was het zelfs zo erg, dat er veel haren van de manen in het touw zaten gedraaid waardoor het dier zich niet meer kon bewegen. Bij dit laatste voorbeeld werd er niet ingegrepen door de eigenaar. Dit hebben wij uiteindelijk zelf moeten doen, omdat de situatie niet houdbaar was. Ook de marktmeester of de dierenarts hebben hier niet ingegrepen. De voornaamste reden hiervoor is dat ze in geen velden of wegen te bekennen waren.




5. Art 1.6 tweede lid (Bhvd): Een dier wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften.

Dit onderdeel is op veel punten niet geslaagd. Om alleen al te beginnen bij het drinkwater. Er heeft werkelijk waar niemand (!) zijn paard van water voorzien, ondanks de aanwezigheid van drinkwater. De mogelijkheid tot vluchten werd nergens gegund. Meerdere paarden waren zeer onrustig en de eigenaren hadden deze onrust moeten ontladen. In plaats daarvan werd er vaak extra stress toegevoegd, zoals geschreeuw en tikken van de wandelstok.




6. Art 1.6 derde lid (Bhvd): Een dier wordt indien het niet in een gebouw wordt gehouden, bescherming geboden tegen slechte weersomstandigheden.

De weersomstandigheden waren deze markt uiterst gunstig te noemen. Geen regen, kou of harde wind.

7. Art 1.7 b (Bhvd): Degene die een dier houdt, draagt er zorg voor dat het dier slechts onder de hoede wordt gesteld van een persoon die kennelijk tot de verzorging in staat is.

Qua kennis is het lastig meetbaar of iemand wel of niet in staat is om zijn paard verzorgen. Hier kunnen wij dus geen uitspraak over doen. Qua alcoholgebruik kunnen wij dat wel. Diverse handelaren/eigenaren waren hierdoor niet in staat hun dieren te verzorgen. De eigenaar van de eerder genoemde vastgedraaide Shetlander, die met spoed uit zijn positie bevrijd moest worden, kwam aan het einde van de markt opeens in beeld. Ruikend naar alcohol probeerde hij meerdere keren, zonder enige duidelijke aanleiding, een medewerker van de Dierenbescherming aan te vallen.

8. Art 1.7 c (Bhvd): Een dier dat ziek of gewond is, wordt onmiddellijk op passende wijze verzorgd.

  1. Art 2.2 6^ lid Wet Dieren: Vervolgens geldt dat een ieder een hulpbehoevend dier de nodige zorg biedt.
  2. Art 2.2 8^ lid Wet Dieren: Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden.
Er zijn geen zieke of gewonde dieren aangetroffen. Er zijn wel diverse hulpbehoevende dieren aangetroffen. Dit had meestal te maken met de benarde positie door een vastgedraaid aanbindtouw. Wij hebben niet waargenomen dat er in deze gevallen werd ingegrepen door de eigenaar, dierenarts, marktorganisatie of een andere omstander. In sommige gevallen ging het ook om het krijgen van trappen van een naburig paard. Hier werd meestal wel ingegrepen, maar dan in de vorm van geschreeuw of een tik van een wandelstok.

9. Art:. 1.7 e (Bhvd): Degene die het dier houdt draagt er zorg voor dat een voor dat dier toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en leeftijd geschikt voer krijgt toegediend op een wijze die past bij het ontwikkelingsstadium van het dier.

Er is voldoende hooi op de markt gestrooid. Ongeveer 80% van de paarden had hier in eerste instantie de beschikking over. Na enige tijd was het hooi voor de meeste paarden onbereikbaar of vervuild. Ongeveer 20% van de paarden heeft geen enkel moment de beschikking over hooi of ander toereikend voer gehad.

10. Art 3.12, eerste lid onderdeel d, en tweede lid (Bhvd): Degene die een tentoonstelling, beurs of markt als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, organiseert, draagt zorg voor geschikte huisvesting van dieren gedurende de tentoonstelling, beurs of markt, die voldoet aan de artikelen 1.5 tot en met 1.8 en het eerste lid, met dien verstande dat dieren als bedoeld in onderdeel d niet worden toegelaten. Volgens onderdeel d betreft dit een hoogdrachtig of zogend dier.

Er is één zogend veulen aangetroffen op de markt. Daarnaast zijn er twee merries door ons aangemerkt als duidelijk hoogdrachtig. Qua huisvesting stonden alle paarden op een zachte ondergrond, dat meestal uit gras bestond. Een tiental paarden stond in de modder.


11. Art 3.14, zesde lid (Bhvd): Degene die een tentoonstelling, beurs of markt, als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, organiseert, draagt zorg voor een veterinaire gezondheidscontrole van de dieren voordat toegang wordt verstrekt en laat geen dieren toe verdacht van een besmettelijke ziekte of dieren met klinische verschijnselen van een besmettelijke ziekte.

De eerste twintig minuten van het opladen van de markt is gefilmd. Hier kwam naar voren dat er veel paarden ongezien de enige aanwezige dierenarts wisten te passeren. Er werden trucs toegepast door handelaren om de marktmeester en de dierenarts af te leiden. Tijdens die momenten glipten voortdurend paarden ongezien de markt op. Er zijn door ons minimaal dertig paarden geteld die niet door de dierenarts gecontroleerd zijn. Er zijn ook enkele paarden via een achteringang de markt opgekomen. Daar was geen enkel toezicht of controle aanwezig. Toen de markt eenmaal op gang was (vanaf 07:30 uur) zijn er nog enkele tientallen paarden de markt opgekomen. Hier was de dierenarts niet altijd bij aanwezig om te controleren.


12. Art. 3.17 (Bhvd): Bij de verkoop of aflevering van een gezelschapsdier, wordt aan een koper of degene aan wie de aflevering plaatsvindt schriftelijke informatie over het verkochte of afgeleverde gezelschapsdier verstrekt teneinde hem in staat te stellen het gezelschapsdier zo goed mogelijk te verzorgen. Deze informatie heeft in ieder geval betrekking op de verzorging, de huisvesting en het gedrag van het gezelschapsdier en de kosten die gemoeid gaan met het houden van het gezelschapsdier.

Er is geen enkele transactie waargenomen waarbij er informatie, anders dan leeftijd en geslacht, werd vermeld door de verkoper. Hier hebben we helaas geen beelden van.

13. Art 3.18 (Bhvd): Bij de verkoop of aflevering van een gezelschapsdier, wordt aan de koper of degene aan wie de aflevering plaatsvindt alle relevante informatie verstrekt met betrekking tot de gezondheidsstatus van het verkochte of afgeleverde gezelschapsdier, waaronder ten minste het bewijs van inenting, bedoeld in artikel 3.15, onderdeel b.

Er is niet waargenomen dat er een paard verkocht is zonder paspoort. De inhoud van de paspoorten hebben wij niet kunnen zien of verifiëren. Er is niet waargenomen dat er over de gezondheidsstatus additionele informatie werd gegeven bij de transactie. Dit kan natuurlijk betekenen dat de dieren volledig gezond waren. De fysieke staat, van de meeste paarden, anders dan tekenen van stress en vermoeidheid, deden ons niet vermoeden dat er verborgen gebreken waren.

14. Art 3.19 (Bhvd): Een gezelschapsdier wordt niet verkocht aan een persoon jonger dan zestien jaar.

Er zijn geen transacties waargenomen aan een persoon die jonger dan zestien jaar oogde.

15. Transportverordening:

  1. Art 3 stelt dat het verboden is dieren te vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk onnodig lijden berokkent.
  2. Art. 2, onder a, hoofdstuk 1, Bijlage 1: Alleen de dieren die geschikt zijn op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen mogen worden vervoerd.
  3. Art. 1.8 a t/m f, hoofdstuk 111, bijlage 1: Het is verboden dieren te slaan of te schoppen, op een bijzonder gevoelig deel van het lichaam op zodanige wijze druk uit te oefenen dat het de dieren onnodig pijn of onnodig lijden berokkent; de dieren bij de poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken; opzettelijk dieren te hinderen die gedreven of geleid worden door een gedeelte waar doorstroming nodig is.
  4. Art. 1.10 en 1.11 hoofdstuk lll. Bijlage 1: Markten of verzamelplaatsen dienen, zo nodig, voorzieningen te verstrekken voor het aanbinden van dieren. Dieren die dit niet gewend zijn, mogen niet worden aangebonden. De dieren moeten toegang tot water hebben en de dieren moeten kunnen liggen.
  5. Art. 1.3 en art 1.6 hoofdstuk 111, Bijlage 1: tijdens de verplaatsing van het laden en lossen moet letsel en lijden worden voorkomen en opwinding en stress tot een minimum worden beperkt. Vloeren mogen niet glad zijn en er moet passende verlichting aanwezig zijn. 



16. Daarnaast is het van belang er zorg voor te dragen dat gevaar voor mens en dier worden voorkomen.

Er is één voorbeeld vastgelegd waarbij een klein meisje heel dicht op een trappende beweging van een paard staat. Als de moeder even een tel niet had opgelet en het meisje een stap dichterbij had gestaan, dan had dit zomaar anders uit kunnen pakken.



Lees ook:


Ga terug naar: Verslag Voorjaarsmarkt Zuidlaren.