Volgens de wet is iedere burger verplicht om hulp te bieden aan dieren in nood. Dit betekent dat handelingen die een dier kunnen schaden achterwege moeten blijven. Schade aan het dier moet zoveel mogelijk worden beperkt. Hoewel de natuurwetgeving voorschrijft dat in het wild levende dieren in principe met rust moeten worden gelaten (de zogeheten ‘afblijfplicht'), is er een uitzondering in geval van nood: ook dan is iedere burger verplicht om te helpen. Dit kan bijvoorbeeld door het dier naar een opvang te brengen of een dierenambulance te bellen.
Bekijk onze aanbevelingen voor:

Opvang en vervoer
Zwervend aangetroffen dieren, waarvan de eigenaar niet direct bekend is en die zorg en opvang nodig hebben, kunnen door dierenambulances worden vervoerd naar een dierenopvangcentrum. Dit geldt niet alleen voor honden en katten, maar ook voor andere huisdieren waaronder reptielen, knaagdieren, konijnen en vogels.
Hobbydieren (dit zijn als hobby gehouden landbouwdieren) kunnen niet vervoerd worden door dierenambulances en daarvoor is bovendien niet altijd opvang beschikbaar.








