Het kleine, dichtbevolkte Nederland heeft een veehouderij van enorme omvang. Jaarlijks worden er meer dan 450 miljoen dieren gehouden die eindigen in de slachterij. Vissen in aquacultuur zijn daarbij nog niet meegerekend. Het grootste deel van deze dieren leeft in de intensieve veehouderij. Deze houderijsystemen hebben voor de dieren negatieve bijeffecten.
Dierenwelzijn kan worden aangetast door lichamelijke problemen zoals eenzijdig fokken, staartcouperen en gezondheidsproblemen door hoge ziektedruk. Andere negatieve effecten zijn stress door ongeschikte leefomstandigheden, het niet kunnen vervullen van natuurlijke behoeften, en lange, stressvolle transport- en slachtprocessen. Daarnaast is er een negatieve impact op het milieu, de natuur en het landschap, en de volksgezondheid. Veel gemeenten (ook steden) hebben hiermee te maken op hun grondgebied en in hun omgeving.








