Landbouwdieren

Wat de gemeente kan doen voor landbouwdieren

Melkkoe 1ster 06 jpg

De gemeente maakt het verschil

Kippenbuiten

In de Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid staan aanbevelingen die gemeenten kunnen gebruiken op het gebied van dierenwelzijn. Het document bevat concrete adviezen die gemeenten over kunnen nemen voor het verbeteren van het welzijn van dieren uit de veehouderij, gezelschapsdieren en in het wild levende dieren.

Het kleine, dichtbevolkte Nederland heeft een veehouderij van enorme omvang. Jaarlijks worden er meer dan 450 miljoen dieren gehouden die eindigen in de slachterij. Vissen in aquacultuur zijn daarbij nog niet meegerekend. Het grootste deel van deze dieren leeft in de intensieve veehouderij. Deze houderijsystemen hebben voor de dieren negatieve bijeffecten.

Dierenwelzijn kan worden aangetast door lichamelijke problemen zoals eenzijdig fokken, staartcouperen en gezondheidsproblemen door hoge ziektedruk. Andere negatieve effecten zijn stress door ongeschikte leefomstandigheden, het niet kunnen vervullen van natuurlijke behoeften, en lange, stressvolle transport- en slachtprocessen. Daarnaast is er een negatieve impact op het milieu, de natuur en het landschap, en de volksgezondheid. Veel gemeenten (ook steden) hebben hiermee te maken op hun grondgebied en in hun omgeving.

Aanbevelingen voor landbouwdieren

Wat kan de gemeente nog meer doen?

Voor diervriendelijke gemeenten

Op gemeentelijk niveau is het dier onderdeel van de dagelijkse gang van zaken van vrijwel elke burger. Of het nou een hond in het park is, een kat op een motorkap, een eend in het water, een rat bij het afval of een vlinder in de tuin: er zijn veel dieren die het leven in de gemeente geur en kleur geven.

Voor advies en hulp Voor alle aanbevelingen