In Nederland leven miljoenen huis- en hobbydieren. Zij kunnen in de knel komen binnen het sociale domein, zoals bij huisuitzettingen of in het kader van armoede. De gemeente heeft hier direct mee te maken, ook vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening en de bewaarplicht voor zwervend aangetroffen dieren in het Burgerlijk Wetboek.
Binnen het stelsel van pachten, vergunningen en in de toezichthoudende en handhavende taken van de gemeente vragen gehouden dieren om aandacht. Denk bijvoorbeeld aan de taken van de lokale politie en de inzet van gemeentelijke boa’s

Huis- en hobbydieren

Dieren hebben een positieve impact op de leefbaarheid van een stad of dorp en de zorg voor kwetsbare inwoners. Hoewel dieren voor een gemeente misschien niet altijd centraal staan, kan een gemeente met goed beleid bijdragen aan dierenwelzijn en een omgeving waarin dier en mens samen passen. Dat is wat mensen tegenwoordig verwachten. Het gaat dan het niet alleen om dieren binnenshuis, maar ook om dieren in de wei en om het huis.
Regels met betrekking tot gezelschapsdieren zijn vastgelegd in de Wet dieren. Het Besluit houders van dieren, een uitvoeringsbesluit bij deze wet, bevat algemene regels over het houden en de verzorging van dieren. Ook zijn hierin regels opgenomen over het bedrijfsmatig houden, fokken en verhandelen of verkopen van gezelschapsdieren. Zo mogen gezelschapsdieren bijvoorbeeld niet verkocht worden aan kinderen onder de 16 jaar en mogen dierenwinkels geen dieren in de etalage hebben (beide om impulsaankopen tegen te gaan), en zijn er regels voor het maximale aantal nestjes dat een dier mag krijgen.







