Veelgestelde vragen over de standpunten van de Dierenbescherming.
Wat vindt de Dierenbescherming van...
Cellulaire landbouw biedt perspectief. Kweekvlees, bont, kaviaar, leer of wol uit het laboratorium, en straks uit de fabriek. Gemaakt van stamcellen. Van dieren, dat wel, maar zonder dat ze daarvoor hebben moeten lijden of sterven.
De Dierenbescherming is voorstander van de ontwikkelingen die plaatsvinden op het gebied van kweekvlees. Het biedt nieuwe kansen voor de productie van levensmiddelen en als dit succesvol uitpakt, kan de veestapel flink verkleind. Dat is gunstiger voor het klimaat én het voorkomt een hoop dierenleed. Het onderwerp ‘kweekvlees’ wordt niet voor niets genoemd in onze strategie. "Het is relevant voor de Dierenbescherming, omdat het de huidige, grootschalige en kostprijsgedreven vleesproductie grotendeels zou kunnen vervangen”, aldus Gemma Willemsen, strategisch adviseur van de Dierenbescherming. “We praten dan niet meer over stapsgewijs verbeteren, verfijnen of verminderen, maar over een fundamentele verandering of ommezwaai dankzij nieuwe wetenschappelijke inzichten. De omvang van de huidige in Nederland geslachte en gehouden aantallen dieren is circa 620 miljoen. Vervanging zal niet in één keer gebeuren, maar de potentiële impact is substantieel.”
De Dierenbescherming vindt dat er zo snel mogelijk gestopt moet worden met dierproeven. Nu steeds duidelijker is dat dierproeven gewoonweg te weinig opleveren, moet dat inzicht heel zwaar wegen. Als het zonder dieren kan, moet dat ook gebeuren.
Hoewel de Dierenbescherming tegen dierproeven is, kunnen we er niet omheen dat die proeven er wel zijn en ze in wet- en regelgeving (die kijkt naar hoe veilig producten of medicijnen zijn voor mensen) wereldwijd zelfs verplicht zijn. Er wordt gelukkig steeds gewerkt aan alternatieven, maar de ontwikkeling daarvan leidt helaas nog steeds niet tot kleinere aantallen dierproeven. De Dierenbescherming blijft lobbyen om het aantal dierproeven steeds minder te zien worden.
DE 3 V'S
In Nederland is het voor de aanvraag om een dierproef te mogen doen verplicht dat een onderzoeker ook kijkt naar de 3 V’s:
- Vervanging: kan het onderzoek ook worden gedaan op een andere manier dan met proefdieren? Door alternatieve testobjecten;
- Vermindering: kijk of je onderzoek ook met minder dieren kan worden gedaan, streef naar zo min mogelijk dieren;
- Verfijning: een onderzoeker heeft de verplichting ervoor te zorgen dat een dier zo min mogelijk lijdt of stress heeft.
Jaren geleden kleedden we onze huisdieren aan voor een leuke foto op de kerstkaart, tegenwoordig is er 'animal fashion' in alle soorten en maten. Dat is nergens voor nodig. We moeten ervoor waken dat we onze huisdieren te veel vermenselijken. We zijn allemaal gek op onze huisdieren, en ze zijn onderdeel geworden van ons gezin. Ze moeten dan wel gewoon hond of kat kunnen zijn. Ze zijn mooi zoals ze zijn en hebben geen kleding nodig.
Er zijn natuurlijk honden voor wie wandelen in winters Nederland nu eenmaal geen pretje is. Dieren die gezondheidsklachten krijgen en daardoor wel een jasje nodig hebben. Dieren die na een operatie geen 'cone of shame' om krijgen maar een shirtje dat voorkomt dat de hechtingen worden opengeknabbeld. Dat is waar wij de grens trekken, want dat is functioneel.
De huis- en hobbydierenlijst (ook wel de positieflijst genoemd) is een lijst met diersoorten die gehouden kunnen worden zonder heel specifieke voorwaarden. Dit zouden dieren moeten zijn die goed te houden zijn, makkelijk verzorgd kunnen worden en die veilig leven bij mensen thuis.
De Dierenbescherming vindt dat nog te veel soorten dieren als huisdier gehouden mogen worden. Dit is niet altijd in het belang van het dier. Daarom strijdt de Dierenbescherming er al jaren om het houden van huisdieren aan banden te leggen door middel van een positieflijst.
De Dierenbescherming vindt de paardenmarkten een achterhaalde vorm van paardenhandel. Wat ooit draaide om de handel, is nu meer gericht op festiviteiten, zoals een jaarmarkt of braderie, waar de paardenmarkt als trekpleister voor toeristen wordt gebruikt. Er zijn veel misstanden te constateren op paardenmarkten.
De moderne dierentuin stelt zich een aantal doelen, zoals conservatie, onderzoek, opvang, educatie en recreatie. Ook is er oog voor huisvesting die tegemoet komt aan de behoeften van het dier. Toch zijn er voor wat betreft de huisvesting, verzorging, fokken en uitwisseling met andere dierentuinen nog steeds punten ter verbetering. De vraag is of dierentuinen ooit in staat zullen zijn om aan de natuurlijke behoeften van sommige diersoorten – zoals dolfijnen, panters, tijgers en ijsberen – te voldoen. De dierentuinen hebben steeds meer aandacht voor deze problemen, maar dat betekent niet dat de Dierenbescherming tevreden is. Daarom zullen wij zo mogelijk in overleg met de dierentuinen blijven streven naar verbetering van het welzijn van de dieren in deze parken.
De Dierenbescherming is geen voorstander van levende kerststallen. Vaak leven de dieren in provisorisch gebouwde en zeer beperkte stallen. Deze tijdelijke huisvesting is niet geschikt voor dieren zoals ezels en runderen. Door de beperkte ruimte kunnen de dieren niet op een natuurlijke manier reageren op allerlei verontrustende omstandigheden, zoals muziek, joelende kinderen, drukte en lawaai. Daarnaast is de veiligheid van de dieren een grote zorg. Door de aanwezigheid van stro en hooi is er een groot brandrisico. Meerdere keren zijn dieren bij dergelijke branden omgekomen. De Dierenbescherming pleit daarom voor kerststallen zonder levende dieren. Mocht toch besloten worden een levende kerststal neer te zetten, dan moet er in ieder geval op worden gelet dat er voldoende water en voer is, een zachte ondergrond om op te staan en te liggen, mensen de dieren niet aan kunnen raken en permanente bewaking om te voorkomen dat de dieren door vandalen worden mishandeld.
Elk jaar worden er tientallen tentoonstellingen en beurzen met exotische huisdieren zoals vogels en reptielen gehouden. In tijden van corona was er veel aandacht voor de zoönotische risico’s van deze evenementen waar veel bezoekers op af komen.
Daarnaast zijn er ook zorgen over het dierenwelzijn. Want in het geval van de reptielenbeurs, zaten hagedissen en slangen in veel te kleine verblijven zonder schuilmogelijkheden. Konden bezoekers - zonder intentie te kopen - toch wel erg dichtbij komen, wat voor veel dieren stressvol is. En ging het ook nog eens om handel in zeldzame en beschermde soorten.
De Dierenbescherming vindt dit type evenementen met dieren niet meer van deze tijd. Wij denken dat wat er kan (of juist niet kan) op dit soort evenementen beter geregeld moeten worden in de wet. Het aan de sector zelf overlaten, lijkt altijd een optie, vaak hebben bonden of verenigingen best aardige regels. Maar papier is altijd geduldig, de praktijk is anders. Over het voortbestaan van dergelijke markten moet ook de politiek zich buigen: dit zijn heel verkeerde en risicovolle voorbeelden van handel in dieren.
Tentoonstellingen met dieren worden vrijwel altijd voor menselijke doeleinden gehouden. Er is geld en/of status te winnen door zo goed mogelijk voor de dag te komen met het tentoongestelde dier. Hierdoor is het dierenwelzijn ondergeschikt. Zowel in fokkerij, presentatie, manier van houden en verzorgen. De Dierenbescherming is daarom tegen tentoonstelling met winst- en/of statusbejag en is zeer kritisch op tentoonstellingen die buiten deze categorie vallen.
De Dierenbescherming is tegen het vangen en houden van zeezoogdieren voor show en vermaak, zoals in dolfinaria en zeeaquaria. De huisvesting voor de zeezoogdieren is onvoldoende in vergelijking met de enorme ruimte die de dieren in de natuur gebruiken. Uitdagingen in gevangenschap zijn bijna niet waar te maken. Het sonargebruik van de dieren raakt ‘overbelast’ en stopt met functioneren. Ook geeft de voortplanting in gevangenschap problemen: de jongen worden doodgeboren of sterven kort na geboorte.
De Dierenbescherming respecteert kunstuitingen, maar vindt dat ook in de kunst respectvol met (dode) dieren moet worden omgegaan. Kunstenares Katinka Simonse (Tinkebell) gebruikt in haar kunstwerken dode dieren. Hoewel de dieren niet speciaal voor dit doel worden gedood, wijzen wij de manier af waarop de dieren tentoongesteld worden. Wij hebben de kunstenares verzocht op een dierwaardige manier met dieren in haar werk om te gaan. Helaas heeft dit contact geen resultaat gehad. Voor haar kunstwerken gebruikt zij nog steeds dode katten. Op haar website laat ze op een onsmakelijke manier zien hoe zij de dieren verwerkt tot kunst, zoals het villen van katten en gebruiken van de huiden om er tassen van te maken. De Dierenbescherming vindt dit verwerpelijk en dieronwaardig.
Veemarkten zijn niet meer van deze tijd en moeten worden afgeschaft. Het inladen, vervoeren, uitladen, het verblijf op de veemarkt, weer inladen, vervoer en weer uitladen, geeft te veel stress voor de dieren. Zolang bedrijven niet gesloten zijn of in één-op-één-relaties werken, moet de handel dan ook zo veel mogelijk via moderne informatie- en communicatietechniek plaatsvinden. Een dier zou niet meer dan twee maal verplaatst mogen worden: naar een andere veehouderij en naar het slachthuis.
Met de duivensport zijn grote belangen gemoeid, zoals geld en aanzien. De Dierenbescherming vindt daarom de kans op aantasting van de gezondheid en het welzijn van de duiven veel te groot. Het zit in de aard van duiven om te willen vliegen, maar de Dierenbescherming is tegen het vliegen over te lange afstanden. Het transport van duiven moet tot maximaal acht uur (vijfhonderd kilometer) worden beperkt, en liever nog minder (maximaal 250 kilometer).
De Dierenbescherming keurt wedstrijdvluchten af waarbij (geldelijk) gewin wordt geplaatst boven de gezondheid en het welzijn van de dieren. Ook kan de Dierenbescherming zich niet vinden in het uitsluitend houden van snelle en foktechnisch goede wedstrijdduiven, terwijl de overige duiven worden afgedankt of als slachtduiven worden afgevoerd. Jonge duiven en/of duiven die niet goed zijn voorbereid mogen niet ingezet worden voor wedstrijden; zij lopen grote kans onderweg te verdwalen of te sterven.
Tenslotte is de Dierenbescherming tegen het gebruik van doping (bijvoorbeeld corticosteroïden om de rui te remmen) en trucs (zoals een broedende duif die op een vlucht wordt gezet).
De Dierenbescherming staat zeer kritisch tegenover sport met dieren. Grote belangen als prijzengeld en aanzien zijn vaak doorslaggevend om dieren te gebruiken. Door dieronvriendelijke trainingsmethoden en overbelasting kunnen dieren ernstig in hun gezondheid en welzijn worden aangetast. Vaak worden dieren afgedankt als ze niet meer voldoende presteren. De Dierenbescherming vindt dat als er toch sporten met dieren worden georganiseerd, er strenge voorwaarden en reglementen moeten worden opgesteld om gezondheid en welzijn van de dieren te waarborgen. Middelen ter beïnvloeding of bevordering van de prestaties van dieren (onder andere pijnstillend, spierversterkend of stimulerend) zijn niet toegestaan en worden beschouwd als dierenmishandeling. Bij alle sporten en wedstrijden waar dieren aan deelnemen, verricht een onafhankelijke dierenarts een officiële dopingcontrole. Tenslotte zouden dieren die absoluut niet geschikt zijn voor training, sport of werk, daarvoor niet moeten worden gebruikt.
De Dierenbescherming staat zeer kritisch tegenover sport met dieren. Hoewel dat in principe ook geldt voor de hondensport, staan wij positief tegenover behendigheidsporten en andere sporten of spelletjes met honden, waarbij geen wedstrijdelement of winstbejag aanwezig is. Natuurlijk staat gezondheid en welzijn van de honden voorop. Honden hebben doorgaans veel beweging nodig en aan het spel kunnen zowel honden als eigenaren veel plezier beleven. Er zijn diverse vormen van hondensport:
- De Dierenbescherming vindt recreatieve triatlon voor honden acceptabel als er aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan: de deelnemende honden (en bazen) moeten getraind zijn; training en wedstrijdreglementen moeten diervriendelijk zijn; er mag geen bovenmatige inspanning van de dieren worden verlangd; er moet voldoende rust zijn; de gezondheid en het welzijn mogen niet worden aangetast; parcours- en weersomstandigheden (watertemperatuur, kou, wind, regen, of hitte) moeten zijn afgestemd op de te leveren prestatie; een dierenarts moet voor, tijdens en na de triatlon controles uitvoeren.
- De Dierenbescherming is tegen windhondenrennen.
- Wat betreft de sledehondensport: volgens de wet mogen hiervoor alleen de Siberische husky, de Alaskan malamute, de Groenlandse hond, de Samojeed en de eskimohond als trekhond worden gebruikt. Andere honden zouden niet ingezet moeten worden voor sledehondensport.
- De Dierenbescherming vindt jachthondensport alleen acceptabel als het spelelement overheerst en er géén dieren bejaagd worden.
- Bij veedrijven maakt de Dierenbescherming verschil tussen het beroepsmatige gebruik van honden bij vee drijven en/of schapen hoeden (zoals de schapenkudde op de hei) en de sportieve en wedstrijdmatige variant. De beroepsmatige variant vinden we acceptabel, maar de wedstrijdmatige variant wijzen we af.