Slachthuisdrama’s vragen om meer dan extra toezicht

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 31 januari 2020

En weer bleek twee weken geleden dat in slachthuizen ernstig dierenleed plaatsvindt. Varkens komen soms jammerlijk aan hun einde in bakken heet water. Het is goed dat zich in de Tweede Kamer een meerderheid aftekent om cameratoezicht te verplichten. Maar om dit soort gruwelijke gebeurtenissen te voorkomen is meer nodig. Slachterijen hebben grote moeite personeel te werven. En het overheidstoezicht op slachterijen faalt al jaren. Maar ten diepste is de extreme kostprijsgedrevenheid van de vleesproductie debet aan het structurele karakter van deze vreselijke incidenten.

Onaangenaam werk

De meeste slachterijen hebben grote moeite personeel te werven, op te leiden en vast te houden. Het is nu eenmaal zwaar en onaangenaam werk. Op de werkvloer van menig slachterij tref je vooral Oost-Europeanen, dikwijls geworven via uitzendbureaus. Die bureaus regelen ook vaak hun vervoer en overnachting. Regelmatig duiken er berichten op over slechte arbeidsvoorwaarden en overlast.

Om in een slachthuis met levende dieren te mogen werken schrijft de EU een eenmalige korte cursus voor waarin de beginselen van het slachtproces worden uitgelegd: het lossen van dieren uit een veewagen, drijven door het slachthuis en tenslotte het fixeren, bedwelmen en doodbloeden. Menig slachthuismedewerker houdt het na korte tijd voor gezien. Voor degenen die wel blijven wordt de cursus pas na enkele weken tot zelfs enkele maanden gegeven. Dit wordt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) getolereerd. Het gevolg is dat er voortdurend onbekwaam personeel in de slachterijen werkt. Dit moet echt anders. En dat kan: onder het Beter Leven keurmerk moet nieuw slachthuispersoneel binnen drie maanden de wettelijk verplichte cursus volgen en in afwachting hiervan een interne training en begeleiding krijgen.

Ernstige problemen

Als het dan toch misloopt in een slachthuis, is handhaving van de regelgeving extra belangrijk. De NVWA moet toezien op dierenwelzijn en voedselveiligheid in slachthuizen, maar door opeenvolgende fusies en bezuinigingen kampt de organisatie al ruim 15 jaar met ernstige problemen, waaronder een tekort aan keuringsartsen voor dit toezicht. Gevolg is het ene na het andere schandaal: het laatste betrof het niet adequaat optreden tegen misstanden in noordelijke slachthuizen. Cameratoezicht moet nu met voorrang verplicht worden. Bij het Beter Leven keurmerk is dat inmiddels sinds 1 januari het geval. Vooralsnog alleen bij varkensslachterijen, maar over een jaar is cameratoezicht ook bij vleesrunderen verplicht. Bij het slachten van andere dieren zoals kalveren, kippen en kalkoenen zal dat bij Beter Leven ook niet lang meer op zich laten wachten. De Dierenbescherming onderzoekt momenteel met enkele andere partijen - waaronder een slachthuis - de mogelijkheden om hier intelligente software aan te koppelen die de brij aan camerabeelden herkent en waarschuwt wanneer er iets fout gaat.


Vleesprijs niet fair

Maar, zolang de extreme kostprijsgedrevenheid van de vleesproductie niet aangepakt wordt, komen slachterijen niet uit hun negatieve economische klem. Nederlanders zijn al tientallen jaren gewend dat vers vlees goedkoop en altijd in de aanbieding is. De keerzijde is dat vleesverwerkers, slachterijen en veehouders structureel te weinig betaald krijgen. Een paar cent verhoging van de prijs en afspraken over een faire margeverdeling tussen supermarkten, vleesverwerkers en veehouders kan het verschil maken. Ook als het gaat om het uitbannen van onacceptabel dierenleed.