Kringloopgedachte mooi, uitwerking onvolledig

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 19 juni 2019

“De kringloopgedachte is prachtig, maar dan zal er ook meer duiding op het gebied van dierenwelzijn moeten komen. Wat betekent een circulaire landbouw voor de leefomgeving van dieren, wat betekent het voor de grootte van de veestapel?” Zie hier enkele vragen die de Dierenbescherming al eerder stelde bij de presentatie van de visie van minister Carola Schouten op het haar toevertrouwde dossier in september 2018. Wie verwacht dat er sinds deze week dan eindelijk een duidelijk verhaal ligt waar de miljoenen dieren in de vee-industrie van gaan profiteren komt bedrogen uit.

Na de uiteenzetting in haar ‘Realisatieplan’ getiteld ‘Op weg met nieuw perspectief’, blijft de Dierenbescherming in verwarring achter. De intenties van de bewindsvrouw zijn goed, maar de uitwerking is verre van volledig.

Kwaliteit i.p.v. kwantiteit 

Het grootste discussiepunt als het gaat om de landbouw zou de onverantwoordelijke grootte van de Nederlandse veestapel moeten zijn. Maar hoewel Katrien Termeer, hoogleraar Bestuurskunde aan Wageningen Universiteit in een expertpaper voor de Tweede Kamer onlangs aangaf dat een taboe als krimp van de veestapel doorbroken moet worden wil transitie in de landbouw kunnen slagen, wordt hier in het stuk van de minister met een grote boog omheen geschreven. Sterker nog: het komt niet aan de orde. De Dierenbescherming is een groot voorstander van het terugdringen van de overconsumptie van dierlijke eiwitten en het tegengaan van voedselverspilling. Een fikse reductie van de veestapel helpt in ons dicht met mensen en dieren bevolkte land om diverse maatschappelijke problemen tot een oplossing te brengen.

We moeten toe naar een veehouderij die zich niet richt op kwantiteit -zo veel mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten- , maar op kwaliteit: een schoner milieu en een beter dierenwelzijn. En, daar hoort een passend verdienmodel voor de boer bij, zodat deze ook met minder dieren een redelijk inkomen kan verdienen.

Kanttekeningen bij uitblijven van dierenwelzijnsmaatregelen

Hoewel kringlooplandbouw een concept is dat zeker kan helpen enkele tekortkomingen van de huidige landbouw te verhelpen, plaatst de Dierenbescherming de nodige kanttekeningen bij het uitblijven van maatregelen op het gebied van dierenwelzijn in het nieuwe realisatieplan. “Niet langer zoveel mogelijk zo goedkoop produceren, maar produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur”, vatte de minister de kern van haar ideeën samen. Dat lijkt mooi…

Maar, zo stelt de Dierenbescherming, niet alleen het milieu, maar ook het dier wordt in de huidige landbouw over-geëxploiteerd: steeds meer eieren per kip, biggen per zeug, snellere groei van dieren en meer melk per koe en per geit. Dit gaat de natuurlijke vermogens van de dieren te boven. In het realisatieplan is hier niets over terug te vinden, terwijl de gevolgen niet te veronachtzamen zijn. Denk aan de hoge ziektedruk, een te hoog antibiotica- en ander medicijngebruik, de sterfte van jonge dieren, korte levensduur van melkkoeien, enzovoorts.

Niet uitgewerkte dierenwelzijnsvoorwaarden

Dierenwelzijn wordt door de minister gelukkig wel als een ‘randvoorwaarde’ genoemd waaraan de kringlooplandbouw moet worden getoetst. Maar waaraan dan is verder niet uitgewerkt. De milieuproblemen die de veehouderij veroorzaakt moeten zeker worden aangepakt, maar dan wel als ook het dierenwelzijn wordt meegewogen. Zo wordt gekeken naar de milieubelasting als gevolg van het voer dat de dieren krijgen. Er wordt gesleuteld aan aspecten als de hoeveelheid eiwitten en de verteerbaarheid en aan de voederconversie. De Dierenbescherming stelt hierbij als randvoorwaarde dat dit natuurlijk niet ten koste mag gaan van de gezondheid en de voedings- en gedragsbehoefte van het dier.

Fokkerijen gericht op verhoging productie

De fokkerij is al jaren veel te eenzijdig gericht op verhoging van de productie zoals hiervoor al aangestipt. Hier lijkt de wet tot behoud van ellende te gelden: de productie gaat omhoog en de ziekte-incidentie blijft gelijk. Nog verdere verhoging van de productie vindt de Dierenbescherming dan ook geen aanvaardbaar fokdoel. Terugdringen van emissies moet in dit geval gezocht worden in andere maatregelen. De fokkerij moet gericht zijn op robuustere dieren, die zich naar hun aard normaal kunnen gedragen, die zelfstandig hun nakomeling(en) kunnen baren en verzorgen en die gezond oud kunnen worden.

Met fokprogramma’s en genetische manipulatie worden dieren ook aangepast gericht op levensduurverlenging en minder uitstoot van methaangas. De Dierenbescherming wijst het aanpassen van dieren pertinent af of het moet zijn om misvormingen ontstaan door eerdere manipulaties ongedaan te maken. Het verminderen van broeikasgasemissies moeten echt worden bereikt met andere maatregelen.

Ondersneeuwen dierenwelzijnseisen

Dat er geen duidelijk toetsingskader voor dierenwelzijn in de plannen van de minister te vinden is, kan zich wreken bij de aanpassing van stallen. Als bijvoorbeeld alleen naar milieuaspecten wordt gekeken, zou het welzijn van dieren ondergesneeuwd kunnen raken. Denk aan het beknibbelen op de strooisellaag in pluimveestallen waardoor de mogelijkheden tot scharrelen en stofbaden afnemen. Of het beperken van ventilatie om de uitstoot naar buiten te verminderen, wat er toe kan leiden dat de dieren lange tijd in vuile lucht moeten leven. Zelfs het sympathiek klinkende gebruik van luchtwassers wijst de Dierenbescherming uit het oogpunt van dierenwelzijn daarom af. Ze maken de stallucht binnen niet schoner en gezonder, verbruiken veel energie, water en chemicaliën en vormen bovendien een risico op snelle verspreiding van brand. Beter is mest en urine te scheiden en direct uit de stal af te voeren. Dat voorkomt ammoniakvorming en leidt ook tot een betere kwaliteit mest.



Zoals gezegd lijken de intenties van de minister goed. Ook de Dierenbescherming is voor het weer grondgebonden en circulair maken van de veehouderij. Dat wil inderdaad zeggen dat onder meer de mest weer terug moet naar het land waar het veevoer vandaan komt. Maar dan ontkom je niet aan een nadere precisering van de plannen die er nu liggen. Opdat de dieren in dit land niet uiteindelijk tóch weer de dupe worden van een machteloze overheid die serieuze krimp van de veestapel niet bespreekbaar wil maken en intussen vooral naar de enorme export van dierlijke producten kijkt. Nog zo’n taboe dat aangepakt moet worden: het vlees, de zuivel en de eieren worden ver weg geëxporteerd voor mensen en wij blijven met de 'shit' zitten. Het landbouwbedrijfsleven lijkt best bereid veel hooi op z’n vork te nemen. Maar duidelijke keuzes en flankerend beleid van de overheid zijn nodig, juist om soms pijnlijke maar wel noodzakelijke keuzes te maken en een zwakke waarde als dierenwelzijn te beschermen. Er volgt ongetwijfeld een maatschappelijk en politiek debat. Dat zal na de zomer zijn. Minister Schouten heeft een stap gezet, maar er wacht haar nog een stevige wandeling.