Over de risico’s van honden en plannen van de overheid

Elly von Jessen Door Elly von Jessen Sr. Beleidsmedewerker 7 maart 2018

Als je buiten loopt is het risico dat je door een hond wordt gebeten vrij zeker kleiner dan dat je door een fietser wordt aangereden. Toch is buiten zijn goed voor je, is fietsen goed voor je en dat geldt ook voor het hebben van een hond. Maar wie geen hond heeft, moet geen last hebben van de hond van een ander en er ook niet bang voor hoeven zijn. Het is doodzonde dat een aantal hondenrassen qua karakter in een heel kwaad daglicht is komen te staan en met de nek wordt aangekeken. Deze honden hebben zichzelf niet gemaakt…

Plannen minister Carola Schouten

De Dierenbescherming staat achter de plannen van minister Carola Schouten en de genuanceerde aanpak ervan. Zij kiest niet voor een nieuwe regeling agressieve dieren en wil dat meer vanuit maatwerk naar het probleem gekeken wordt. Niemand –ook wij niet– kan ontkennen dat honden met een bepaalde fysieke bouw een groot risico kunnen vormen als er (bewust of onbewust) op die kenmerken wordt gefokt. Of als ze niet goed of zelfs expres verkeerd worden opgevoed. Hondenrassen allemaal over een kam scheren is echter zeker niet de weg. De minister kondigt geen landelijke maatregelen af, maar gaat werken aan een totaalpakket aan maatregelen en hulpmiddelen waar gemeenten mee uit de voeten kunnen bij de aanpak van incidenten met honden.



In de Tweede Kamer ging het nu ook weer over een fok- en importverbod. In eigen land hebben we gezien dat een algemeen verbod op rassen niet werkte en niet bijdroeg aan minder bijtincidenten. Over de zin en onzin van dergelijke verboden valt vast het nodige te zeggen. Wij staan alleen open voor voorstellen die gaan over individuele honden en het stopzetten van bepaalde foklijnen. Niet voor rasgebonden uitgangspunten. Dat de term fok- en importverbod nu weer genoemd is, was te verwachten. Het fenomeen ‘hoog-risicohonden’ komt keer op keer terug op de politieke agenda als gemakkelijk in te koppen zorgpunt voor de volksgezondheid.

Verantwoordelijkheid allereerst bij eigenaar

De Dierenbescherming vindt dat de verantwoordelijkheid voor een goede aanschaf en opvoeding van een hond allereerst bij de eigenaar ligt. We zien ook een grote verantwoordelijkheid bij fokkers en handelaren, ook als het gaat om informatievoorziening. We zien geen directe verantwoordelijkheid voor huisdierbezit bij overheden. Wel is het goed dat er kan worden ingegrepen als het fout gaat tussen hond, eigenaar en de omgeving in het kader van openbare orde en veiligheid. Of in het belang van de hond als die feitelijk misbruikt wordt voor foute doelen.

Toolkit voor gemeenten

In het totaalpakket van de minister zit dat het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) instrumenten ontwikkelt die gemeenten helpen bij de problematiek en om het effect van bepaalde maatregelen te analyseren. Zo kan bijvoorbeeld op basis van vroegtijdige signalen contact gezocht worden met een eigenaar en afhankelijk van de situatie maatregelen worden getroffen.

Er komt geen landelijke verplichte cursus voor honden in Nederland, ook niet voor de risicohonden. Wel komt er een zogenaamde beleidsregel voor gemeenten waarin wordt aangegeven welke kennis en kunde een hondeneigenaar dient te hebben bij het houden van honden waar de risico’s groter zijn als er iets mis is met de eigenaar of het dier. Gemeenten kunnen die informatie gebruiken bij het samenstellen van een verplichte cursus voor hondeneigenaren als zich op een adres problemen voordoen. Als die informatie er is, kunnen hondenscholen en trainers in ons land hierop inspelen en dit meenemen in de cursussen. Zelf initiatief nemen kan ook: zo maakt bijvoorbeeld elke hond op een Gehoorzame Huishondschool van de Dierenbescherming inmiddels al kennis met het dragen van een muilkorf.



Het is onduidelijk hoeveel bijtincidenten er nu daadwerkelijk zijn. Er is geen goede informatie beschikbaar, maar die moet er wel komen. Als er keuzes moeten worden gemaakt die verkeerd kunnen uitpakken voor een hond -of zoals nu weer dreigde voor hondenrassen- moeten besluiten wel gekoppeld worden aan feiten. Om een duidelijker beeld te krijgen van de aantallen en de ernst van de bijtincidenten kiest de minister voor een meldpunt per gemeente. De Dierenbescherming had liever een landelijk meldpunt gezien, maar het belangrijkste is dat overal dezelfde informatie wordt bijgehouden en er overeenstemming is over welke gegevens belangrijk zijn. De Dierenbescherming ziet hierin een regierol voor het ministerie.

Aandacht voor asielen

De Dierenbescherming vraagt de minister ook om aandacht voor de positie van dierenasielen in ons land. Zij krijgen veel moeilijke honden binnen als zwerf- of afstandsdier en komen steeds vaker onder een negatief vergrootglas te liggen als de herplaatsing van deze honden niet lukt. Net als de honden zelf, zijn zij het afvoerputje van een maatschappelijk probleem en krijgen daardoor te maken met een hoge concentratie van risicohonden. Aandacht hiervoor ontbreekt nu nog in de plannen van de overheid.


Identificatie en registratie honden

Er is niet bekend wat de minister gaat doen om het landelijke systeem van ‘Identificatie en Registratie’ van honden te verbeteren. Dat systeem is tot op heden te onbetrouwbaar en moet ook voor het monitoren van bijtincidenten op orde worden gebracht. De Dierenbescherming begrijpt dat de minister in de Tweede Kamer heeft aangegeven hieraan te werken. We zullen dit in het reguliere overleg met het ministerie steeds aan de orde stellen.